Omgaan met meertaligheid

Spreekt u nog niet goed Nederlands? Spreek dan met uw kind de taal waarin u zich het beste kunt uitdrukken. 
Praat veel met uw kind in uw eigen taal, zodat hij of zij alvast één taal goed leert spreken. Dit is een belangrijke basis voor het leren van de tweede taal: het Nederlands.

Het is heel belangrijk dat uw kind veel Nederlands van goede kwaliteit krijgt aangeboden. Denk bijvoorbeeld aan contacten bij de peuterspeelzaal, het kinderdagverblijf en tijdens het spelen met Nederlandstalige vriendjes en vriendinnetjes.

Het spreken van twee talen

Beheerst u twee talen vloeiend? Spreek dan af wanneer u welke taal gebruikt. Bijvoorbeeld thuis uw moedertaal en buitenshuis het Nederlands. Wanneer u de ene taal goed beheerst en uw partner de andere, praat dan ieder in uw eigen taal tegen uw kind.
Voedt u uw kind tweetalig op? Dan spreekt hij of zij over het algemeen op vierjarige leeftijd beide talen. In het begin husselt een kind soms de woorden van de verschillende talen door elkaar. Dit gaat vanzelf over.

Enkele belangrijke tips:

  • Gebruik één taal tegelijk.
  • Spreek af wanneer u welke taal spreekt óf
  • Spreek af wie altijd Nederlands spreekt met uw kind.
  • Uw kind mag kiezen in welke taal hij of zij antwoord geeft.
  • Als u heel slecht Nederlands spreekt, kunt u beter uw moedertaal spreken.
  • Spreek tot uw kind zeven jaar is liever geen derde taal erbij.
  • Taalstimulering in de moedertaal is altijd goed.
  • Taalstimulering in het Nederlands is belangrijk voor het leren op school. 

Advies en ondersteuning

Heeft uw kind problemen met taal en spraak, in de thuistaal of in de tweede taal? Neem dan tijdig contact op met de logopedist van de GGD, tel. 0900-463 64 43.

tweetalig moeder en kind