Het aantal kinderen met overgewicht is de afgelopen twintig jaar verdubbeld. Dit komt doordat steeds meer kinderen te veel eten en te weinig bewegen. Hierdoor raakt hun ‘energiebalans’ verstoord: ze eten meer dan ze verbruiken. Het teveel aan voedingsstoffen slaat het lichaam op in de vorm van lichaamsvet.
Overgewicht brengt veel gezondheidsrisico’s met zich mee, zoals hart- en vaatziekten, diabetes en gewrichtsproblemen. Ook veroorzaakt het vaak sociaal-emotionele problemen. Niet alleen bij volwassenen, maar ook bij kinderen. Denk bijvoorbeeld aan:
Overgewicht ‘groeit er vanzelf uit’. Dat is een veelgehoord fabeltje. Een ongezond gewicht gaat niet vanzelf ouder als een kind groter wordt. Daarom heeft het echt aandacht nodig. Want uiteindelijk kan obesitas ontstaan: een ernstige vorm van overgewicht dit grote schade toebrengt aan de gezondheid en moeilijk te behandelen is. Uit onderzoek blijkt dat ruim driekwart van de kinderen met obesitas hier nog steeds last van heeft als ze volwassen zijn.
Bij een gezond gewicht staat het gewicht in een goede verhouding tot de lengte. De Body Mass Index (BMI) geeft aan of iemand te licht is, een gezond gewicht heeft of te zwaar is. U kunt de BMI berekenen met de BMI-meter
Veel pubers klagen dat ze zichzelf te dik vinden. Zij krijgen dit gevoel doordat hun lichaam verandert in de puberteit. Vooral bij meisjes vallen deze veranderingen op: borsten, bredere heupen en stevigere bovenbenen. Merkt u dat uw kind twijfelt over zijn of haar gewicht, dan kunt u altijd advies vragen aan de jeugdarts of jeugdverpleegkundige van de GGD. Hij of zij kan bepalen of uw kind te veel of juist te weinig eet en geeft tips om – als dat nodig is – enkele kilo’s af te vallen. Het is belangrijk dat uw kind nooit op eigen houtje gaat lijnen.